BERT-NORM: SMART IS DE HALVE WERKELIJKHEID
zondag 13 november 2011
De Rekenkamer van de gemeente heeft onlangs een rapport uitgebracht, waarin kritiek werd uitgeoefend op het niet scherp genoeg formuleren van prestatienormen en prestatie doelen. Wij, als D66-fractie hadden daar, samen met andere fracties kritiek op: kan het niet wat scherper en duidelijker?
Bert Kamminga, onze wethouder, heeft de handschoen opgepakt, is er eens voor gaan zitten en heeft vervolgens in de Raad, een gedegen verhaal gehouden, waarvoor hij, ook vanuit de oppositie, veel lf kreeg. Vandaar dat we het u ook niet willen onthouden; ook een verhaal dat hoort in de algemene beschouwingen over een begroting. Bert gebruikt de bekende SMART term: doelen moeten “smart” geformuleerd worden: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. Wie het verhaal van Bert goed op zich laat inwerken, die heeft de BERT-Norm te pakken: betrouwbaar, evenwichtig, realistisch en to the point. En dat is veel waard in een tijd waarin we behoedzaam met onze middelen moeten omgaan om onze doelen te bereiken. (BV)
D66 heeft kritiek op de effectindicatoren. De fractie vindt dat die vervuild zijn met kengetallen. Ik heb de neiging het met de fractie op dit punt voor een groot deel eens te zijn. We gaan daar nog eens goed naar kijken. Andere fracties hebben zware kritiek op de formulering van beleidsdoelen. Niet toevallig duikt hierbij ook weer het WMO-rapport van de Rekenkamer op.
Al eerder heb ik nuancerende opmerkingen gemaakt met betrekking tot het meetbaar formuleren van doelen en met betrekking tot de meetbaarheid van beleidseffecten op zichzelf. Het toverwoord is SMART. Gezien de steeds grotere rol die dit letterwoord in de debatten over allerlei beleidsterreinen dreigt te gaan spelen, met name geïnitieerd door de SP, voel ik me genoodzaakt er wat dieper op in te gaan. Ik kom daarbij ook te spreken over het rekenkamerrapport over de WMO en de quickscan over de begroting.
De nuancerende opmerkingen die ik bij vorige gelegenheden maakte over de meetbaarheid van geformuleerde beleidsdoelen hadden twee overwegingen als achtergrond. De eerste is dat niet alles wat meetbaar is ook belangrijk is, en vooral ook omgekeerd: niet alles wat belangrijk is is meetbaar. De tweede overweging staat in de reactie van het college op de quick-scan, nl. dat tussen activiteiten en de te bereiken maatschappelijke effecten daarvan vaak wel correlatie bestaat maar, dat het causale verband heel moeilijk aantoonbaar is. En dan heb ik het nog niet over allerlei neveneffecten die wel mooi meegenomen zijn maar die dus meestal niet in de doelstelling zitten.
Van dat laatste een simpel voorbeeld om de breedte van het smart-probleem duidelijk te maken. In programma 15 staat dat u – als u de begroting hebt vastgesteld – graag ziet dat de bibliotheek door een groot aantal mensen bezocht wordt. En inderdaad, na een jaar tellen we ruim 8000 bezoekers. Doel bereikt, want dat hebben we gemeten. Wat hebben we niét gemeten? Een onbekend (ongemeten) aantal mensen heeft boeken meegenomen voor de zieke buurman; voor de oude baas op de hoek, oud-wethouder van buiten, die graag leest maar moeilijk ter been is; voor het echtpaar op nr. 25 waarvan één partner dementeert en de ander daardoor moeilijk weg kan.
U merkt, we zitten nu niet meer in programma 15, maar in 13, maatschappelijke ondersteuning, en wel in de prestatievelden 1 – het bevorderen van de sociale samenhang en leefbaarheid – en 4 – het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers. Maar we zitten ook in programma 3, veiligheid: waar sociale samenhang is voelen mensen zich veiliger. Zo ingewikkeld is het dus.
Wie ook maar vluchtig kennis neemt van het rekenkamerrapport over de WMO weet meteen welke taal daar gesproken wordt. Het gaat op p 5 over de relatie tussen doelen en financiële middelen, over doelen die onvoldoende specifiek, meetbaar, ja zelfs tijdgebonden geformuleerd zijn, over het sturen op de doelen van het WMO-beleid, over nulmetingen en wijkanalyses. Het is de taal van de inmiddels in welzijnsland zwaar onder vuur liggende wereld van de protocollen, procedures, managementinformatie, kantoortijden, registraties, loketten (al onze medewerkers zijn in gesprek), verantwoording, verantwoording, verantwoording, want de subsidiegever wil precies weten wat er met zijn geld gebeurt, wat de resultaten zijn.
Resultaten? foetert cultuurpsycholoog Jos van der Lans -in GL-kringen geen onbekende: is dat wat er precies gebeurt? Is dat of het geholpen heeft? Of is dat hoe vaak er gebruik is gemaakt van voorzieningen? Is dat het aantal klanten? Consulten? Handelingen? Drempeloverschrijdingen (de term is volgens hem echt gebruikt in prestatiecontracten!)? Niemand weet het precies, en eigenlijk is het dat allemaal. Maar alles moet worden opgeschreven, want altijd kan een geldverschaffer een vraag stellen en anders, voeg ik er zelf aan toe, is er wel een rekenkamercommissie die dat doet.
Het is organisatietaal. De taal van de gemeenten, ministeries, thuiszorginstellingen, zorgkantoren, UWV’s, kortom, om met Van der Lans te spreken: het is de taal van de systeemwereld. Niet de taal van de straten, wijken, portieken. Want dat is de leefwereld. En die twee werelden zijn totaal verschillend. Wie er eenmaal oog voor heeft kan die tegenstelling tussen systeemwereld en leefwereld overal ontdekken. Bv. in een artikel over het jeugdbeleid in Gouda in het laatste nummer van het VNG-blad:
Daar wordt gesproken over het jeugdbeleid dat in Gouda verschuift:
van aanbodgestuurd (systeem) naar vraaggestuurd (leef); van hokjesdenken (systeem) naar een geïntegreerde aanpak (leef);
van technisch (systeem) naar betrokken (leef). Cruyff zei al: je snapt het pas als je het door hebt.
Agnes Kant –in SP-kringen geen onbekende- had het altijd over kleinschaligheid, zorg in de wijken, dicht bij de mensen. Ze pleitte meer in het algemeen voor maatschappelijke dienstverlening dicht bij de mensen, de leefwereld. Zodat de professionals weer tijd kunnen nemen voor individuele problemen. Het lijkt er op dat de leden van de rekenkamer zich meer thuis voelen in de systeemwereld. Tijd nemen wordt dan tijd schrijven. Dat kun je meten en daar kun je mensen op afrekenen.
Ik was het altijd van harte eens met Agnes Kants pleidooi voor kleinschaligheid, toegankelijkheid, nabijheid (daar hield het overigens ook wel mee op, wees gerust). Het college probeert daar, met vallen en opstaan, ook naar te handelen. Met burgerparticipatie, wijk- en dorpsgericht werken, het project MENS, buurtbemiddeling, mediation.
Pleit ik nu voor het stoppen met meten, evalueren, peilen, effectindicatoren? Nee, zeker niet. We moeten blijven proberen de beoogde maatschappelijke effecten van ons beleid – met een vreselijk woord ook wel “outcome” genoemd - zo goed mogelijk onder woorden te brengen en de bijbehorende allocatie van middelen zo precies mogelijk te bepalen. De systeemwereld, met zijn beleidsgestuurde contractfinanciering, blijft daarbij op de achtergrond, noodzakelijk, maar dienstbaar aan de leefwereld.
Ik pleit hier voor inschakeling van het onmeetbare gezonde verstand, van de intuïtie of je de juiste dingen doet. Voor formuleringen zoals we tegenkomen in het verslag over het eerste jaar combinatiefunctionarissen: ‘het is al met al best goed gegaan’. Is dat een exacte meting? Nee, het is vooral intuïtie en we weten nochtans ‘best goed’ wat er is gebeurd. Beter dan: ‘we hebben voor 65% onze doelen bereikt maar ook dat is niet echt hard te maken want een nulmeting ontbrak.’
SMART waar het kan, zeker, maar graag met wijsheid en terughoudendheid toegepast.
NB. Een persoonlijke noot, met een klein jaar ervaring in de raad: het beste verhaal, dat ik gehoord heb, dit jaar, dit verhaal over de papieren werkelijkheid en de persoonlijke werkelijkheid. Een echte BERT-norm: betrouwbaar, evenwichtig, realistisch en tijdgebonden! (BV)
Uit de Algemene Beschouwingen van de Gemeenteraad van 3 november 2011
De Rekenkamer van de gemeente heeft onlangs een rapport uitgebracht, waarin kritiek werd uitgeoefend op het niet scherp genoeg formuleren van prestatienormen en prestatie doelen. Wij, als D66-fractie hadden daar, samen met andere fracties kritiek op: kan het niet wat scherper en duidelijker?
Bert Kamminga, onze wethouder, heeft de handschoen opgepakt, is er eens voor gaan zitten en heeft vervolgens in de Raad, een gedegen verhaal gehouden, waarvoor hij, ook vanuit de oppositie, veel lf kreeg. Vandaar dat we het u ook niet willen onthouden; ook een verhaal dat hoort in de algemene beschouwingen over een begroting. Bert gebruikt de bekende SMART term: doelen moeten “smart” geformuleerd worden: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. Wie het verhaal van Bert goed op zich laat inwerken, die heeft de BERT-Norm te pakken: betrouwbaar, evenwichtig, realistisch en to the point. En dat is veel waard in een tijd waarin we behoedzaam met onze middelen moeten omgaan om onze doelen te bereiken. (BV)
D66 heeft kritiek op de effectindicatoren. De fractie vindt dat die vervuild zijn met kengetallen. Ik heb de neiging het met de fractie op dit punt voor een groot deel eens te zijn. We gaan daar nog eens goed naar kijken. Andere fracties hebben zware kritiek op de formulering van beleidsdoelen. Niet toevallig duikt hierbij ook weer het WMO-rapport van de Rekenkamer op.
Al eerder heb ik nuancerende opmerkingen gemaakt met betrekking tot het meetbaar formuleren van doelen en met betrekking tot de meetbaarheid van beleidseffecten op zichzelf. Het toverwoord is SMART. Gezien de steeds grotere rol die dit letterwoord in de debatten over allerlei beleidsterreinen dreigt te gaan spelen, met name geïnitieerd door de SP, voel ik me genoodzaakt er wat dieper op in te gaan. Ik kom daarbij ook te spreken over het rekenkamerrapport over de WMO en de quickscan over de begroting.
De betrekkelijkheid van meten
De nuancerende opmerkingen die ik bij vorige gelegenheden maakte over de meetbaarheid van geformuleerde beleidsdoelen hadden twee overwegingen als achtergrond. De eerste is dat niet alles wat meetbaar is ook belangrijk is, en vooral ook omgekeerd: niet alles wat belangrijk is is meetbaar. De tweede overweging staat in de reactie van het college op de quick-scan, nl. dat tussen activiteiten en de te bereiken maatschappelijke effecten daarvan vaak wel correlatie bestaat maar, dat het causale verband heel moeilijk aantoonbaar is. En dan heb ik het nog niet over allerlei neveneffecten die wel mooi meegenomen zijn maar die dus meestal niet in de doelstelling zitten.
Van dat laatste een simpel voorbeeld om de breedte van het smart-probleem duidelijk te maken. In programma 15 staat dat u – als u de begroting hebt vastgesteld – graag ziet dat de bibliotheek door een groot aantal mensen bezocht wordt. En inderdaad, na een jaar tellen we ruim 8000 bezoekers. Doel bereikt, want dat hebben we gemeten. Wat hebben we niét gemeten? Een onbekend (ongemeten) aantal mensen heeft boeken meegenomen voor de zieke buurman; voor de oude baas op de hoek, oud-wethouder van buiten, die graag leest maar moeilijk ter been is; voor het echtpaar op nr. 25 waarvan één partner dementeert en de ander daardoor moeilijk weg kan.
U merkt, we zitten nu niet meer in programma 15, maar in 13, maatschappelijke ondersteuning, en wel in de prestatievelden 1 – het bevorderen van de sociale samenhang en leefbaarheid – en 4 – het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers. Maar we zitten ook in programma 3, veiligheid: waar sociale samenhang is voelen mensen zich veiliger. Zo ingewikkeld is het dus.
Systeem en werkelijkheid
Wie ook maar vluchtig kennis neemt van het rekenkamerrapport over de WMO weet meteen welke taal daar gesproken wordt. Het gaat op p 5 over de relatie tussen doelen en financiële middelen, over doelen die onvoldoende specifiek, meetbaar, ja zelfs tijdgebonden geformuleerd zijn, over het sturen op de doelen van het WMO-beleid, over nulmetingen en wijkanalyses. Het is de taal van de inmiddels in welzijnsland zwaar onder vuur liggende wereld van de protocollen, procedures, managementinformatie, kantoortijden, registraties, loketten (al onze medewerkers zijn in gesprek), verantwoording, verantwoording, verantwoording, want de subsidiegever wil precies weten wat er met zijn geld gebeurt, wat de resultaten zijn.
Resultaten? foetert cultuurpsycholoog Jos van der Lans -in GL-kringen geen onbekende: is dat wat er precies gebeurt? Is dat of het geholpen heeft? Of is dat hoe vaak er gebruik is gemaakt van voorzieningen? Is dat het aantal klanten? Consulten? Handelingen? Drempeloverschrijdingen (de term is volgens hem echt gebruikt in prestatiecontracten!)? Niemand weet het precies, en eigenlijk is het dat allemaal. Maar alles moet worden opgeschreven, want altijd kan een geldverschaffer een vraag stellen en anders, voeg ik er zelf aan toe, is er wel een rekenkamercommissie die dat doet.
Het is organisatietaal. De taal van de gemeenten, ministeries, thuiszorginstellingen, zorgkantoren, UWV’s, kortom, om met Van der Lans te spreken: het is de taal van de systeemwereld. Niet de taal van de straten, wijken, portieken. Want dat is de leefwereld. En die twee werelden zijn totaal verschillend. Wie er eenmaal oog voor heeft kan die tegenstelling tussen systeemwereld en leefwereld overal ontdekken. Bv. in een artikel over het jeugdbeleid in Gouda in het laatste nummer van het VNG-blad:
Daar wordt gesproken over het jeugdbeleid dat in Gouda verschuift:
van aanbodgestuurd (systeem) naar vraaggestuurd (leef); van hokjesdenken (systeem) naar een geïntegreerde aanpak (leef);
van technisch (systeem) naar betrokken (leef). Cruyff zei al: je snapt het pas als je het door hebt.
Agnes Kant –in SP-kringen geen onbekende- had het altijd over kleinschaligheid, zorg in de wijken, dicht bij de mensen. Ze pleitte meer in het algemeen voor maatschappelijke dienstverlening dicht bij de mensen, de leefwereld. Zodat de professionals weer tijd kunnen nemen voor individuele problemen. Het lijkt er op dat de leden van de rekenkamer zich meer thuis voelen in de systeemwereld. Tijd nemen wordt dan tijd schrijven. Dat kun je meten en daar kun je mensen op afrekenen.
Ik was het altijd van harte eens met Agnes Kants pleidooi voor kleinschaligheid, toegankelijkheid, nabijheid (daar hield het overigens ook wel mee op, wees gerust). Het college probeert daar, met vallen en opstaan, ook naar te handelen. Met burgerparticipatie, wijk- en dorpsgericht werken, het project MENS, buurtbemiddeling, mediation.
Smart waar het kan
Pleit ik nu voor het stoppen met meten, evalueren, peilen, effectindicatoren? Nee, zeker niet. We moeten blijven proberen de beoogde maatschappelijke effecten van ons beleid – met een vreselijk woord ook wel “outcome” genoemd - zo goed mogelijk onder woorden te brengen en de bijbehorende allocatie van middelen zo precies mogelijk te bepalen. De systeemwereld, met zijn beleidsgestuurde contractfinanciering, blijft daarbij op de achtergrond, noodzakelijk, maar dienstbaar aan de leefwereld.
Ik pleit hier voor inschakeling van het onmeetbare gezonde verstand, van de intuïtie of je de juiste dingen doet. Voor formuleringen zoals we tegenkomen in het verslag over het eerste jaar combinatiefunctionarissen: ‘het is al met al best goed gegaan’. Is dat een exacte meting? Nee, het is vooral intuïtie en we weten nochtans ‘best goed’ wat er is gebeurd. Beter dan: ‘we hebben voor 65% onze doelen bereikt maar ook dat is niet echt hard te maken want een nulmeting ontbrak.’
SMART waar het kan, zeker, maar graag met wijsheid en terughoudendheid toegepast.
NB. Een persoonlijke noot, met een klein jaar ervaring in de raad: het beste verhaal, dat ik gehoord heb, dit jaar, dit verhaal over de papieren werkelijkheid en de persoonlijke werkelijkheid. Een echte BERT-norm: betrouwbaar, evenwichtig, realistisch en tijdgebonden! (BV)
Reageer
Reacties
Door dnhbsqvttas op 27-1-2012 16:06
m1lSV7 , [url=http://fyqxwlzwnyor.com/]fyqxwlzwnyor[/url], [link=http://cpuahmodkpci.com/]cpuahmodkpci[/link], http://hcrxrlzkubtc.com/
Door xhlvmwc op 26-1-2012 11:18
33d8tH <a href="http://ffszjctdhqsy.com/">ffszjctdhqsy</a>
Door obehpxpef op 25-1-2012 13:42
dExtk4 , [url=http://utalaxlwsisf.com/]utalaxlwsisf[/url], [link=http://xzdxhhscibcr.com/]xzdxhhscibcr[/link], http://fawdaajpfhdz.com/
Door uuosxstz op 24-1-2012 09:28
sRQIzC <a href="http://ndsmhwaokhic.com/">ndsmhwaokhic</a>
Door Melvina op 23-1-2012 13:11
Superb information here, ol'e chap; keep burning the mdinhigt oil.
Meer nieuws
- Beleidskader Voorschoolse voorzieningen (“Sluiting Peuterspeelzalen”) 4-5-2012
- Het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan: Wat beweegt De Bilt (Raad 29 maart 2012) 4-5-2012
- Structuurvisie De Bilt (Raad 29 maart 2012) 4-5-2012
- Frans Poot opent de manifestatie Gluren bij de Buren 15-4-2012
- In memoriam Peter de Jong 28-3-2012
- De Stationschefwoning, voor de bomen dicht gaan. 29-1-2012
- Onverwachte Raadsdrukte op 24 november 2011 11-12-2011
- BERT-NORM: SMART IS DE HALVE WERKELIJKHEID 13-11-2011
- Algemene beschouwingen D66 bij de begroting voor 2012 13-11-2011
- Duurzaam: voorbeelden, voorlichten en verleiden ! 6-11-2011




word lid






